
Kunst is belangrijk in mijn leven. Dat is iets wat in je zit. Op mijn zevende zat ik al op de tekenacademie, en ik wilde altijd schilder worden. Tot een leraar me vroeg of ik ooit had gedacht aan mode, of juwelen ontwerpen? Ik werd kwaad, want ik was toch een schilder? Maar ik begon erover na te denken en ben uiteindelijk toch juwelenontwerp gaan studeren in Antwerpen. Zelf ben ik geen juwelendraagster, maar ik hou van vormgeving, en voor mij maakt het niet uit of het om een wandelstok, een theekan of een sieraad gaat. Juwelen maken is boeiend: de techniek is fascinerend, en het gereedschap is ongelooflijk mooi. Ik ben gek op mijn atelier. Na mijn studie ben ik in Antwerpen gebleven, omdat het zo'n fijne stad is. Al van het begin heb ik vaak deelgenomen aan wedstrijden en tentoonstellingen. Ik heb in die tijd ook diverse prijzen gewonnen. Het was een leuk leven. En toen werd ik ziek.
Het begon toen ik in Ecuador was, met een vriendin. Ik heb altijd graag gereisd, veel gezien, veel genoten. De vriendin in kwestie was niet zo dol op beweging, maar we hadden afgesproken dat we samen naar Ecuador zouden gaan als zij met mij een vulkaan ging beklimmen. De avond voor de klim sliepen we in een refugio, vanwaar we dan midden in de nacht vertrokken.
Tijdens de tocht merkte ik dat het niet ging. Mijn benen trilden, ik had geen evenwicht en daardoor was ik bang van de afgrond, en ik was de laatste van de groep. Halverwege werd er gezegd dat de mensen die hoogteziek waren, of die niet mee konden, van daar terug naar beneden konden. Ik was een van die mensen. Razend was ik, want als ik iets echt wil, dan gebeurt het ook. Ditmaal niet.
Thuis schreef ik me meteen in voor de fitness, en stapte naar de huisarts. Die gaf me alleen pillen om de evenwichtsstoornis te verhelpen, dus ben ik naar een andere arts gegaan, die werkte met het uitsluiten van diverse mogelijkheden. Eerst moest ik alle producten van mijn atelier beschrijven, alle zuren en metalen waarmee ik werkte, daarna moest ik een spieronderzoek laten doen. Alles was in orde. Uiteindelijk zei de arts: "Het kan iets heel banaals zijn, of leukemie, of MS, of een overblijfsel van je ongeval van vroeger." In 1988 ben ik bij het bergbeklimmen namelijk 20 meter naar beneden gestort en toen heeft mijn leven aan een zijden draadje gehangen. Maar de diagnose werd dus MS. Dat viel heel zwaar, want je krijgt meteen levenslang.
Daarna heb ik een heel jaar niet gewerkt. Ik durfde niet meer naar mijn atelier te kijken. Ik hield er zo van, van dat atelier en mijn werk. Een passie, die kunnen ze je toch niet zomaar afnemen, die heb je nodig om te leven. Elke morgen werd ik huilend wakker, want ik zat gevangen in mijn lichaam. Ik had altijd zoveel wilskracht gehad, altijd alles kunnen beredeneren, en opeens was het mijn lichaam dat besliste wat er ging gebeuren.
Uiteindelijk ben ik twee maanden naar India gegaan. Dat ging toen nog: ik was wel erg moe en kon natuurlijk geen trekkings meer doen, maar ik was er beter aan toe dan nu. In Darjeeling maakte ik kennis met een groep Amerikanen. Een van hen zei: "Mijn broer heeft een sportwinkel in Seattle, en die had me gezegd dat ik twee wandelstokken mee moest nemen. Ik begreep niet waarom, maar nu ik jou zie lopen, weet ik dat die ene bedoeld was voor jou."
Twee maanden heb ik met die lelijke wandelstok gelopen, maar ik was er heel blij mee. Die reis heeft me trouwens geholpen om mijn ziekte te relativeren, want ik heb daar zoveel ellende gezien. Ik zag mensen die er vreselijk aan toe waren, en toch nog konden lachen. Dan begin je zelf ook anders naar het leven te kijken.
Toen ik thuiskwam, ben ik naar mijn atelier gegaan en ben aan mijn werkbank gaan zitten. Ik heb een zaag vastgenomen, en ik heb gezaagd. Het was anders, maar het lukte. Ik heb gehamerd - het was anders, maar het lukte. Ik vijlde, en dat ging ook, en ik dacht: ‘Ik ga mooie wandelstokken maken'. Zo ontstond mijn eerste wandelstok, die ik voor mezelf ontwierp. Sindsdien maak ik elk jaar voor mijn verjaardag een stok voor mezelf, een mooie, een om trots op te zijn. Gewone wandelstokken zijn lelijk, ze rieken naar ziekte. Mijn wandelstokken zijn als accessoires, en achter elke stok zit een verhaal.
Elke stok die ik maak, is een unicum, telkens op 7 genummerde exemplaren. Elke stok krijgt een mooi leren lusje, dat past bij de stok en bij de kleding van de drager. Er zijn stokken waarop de gebruiker echt kan steunen, en sierstokken, die bedoeld zijn om mee te flaneren. Zo is er een stokje dat een ode is aan Jacqueline du Pré, de grote celliste, die de top van haar carrière niet heeft kunnen bereiken omdat ze stierf aan MS. Een andere is de Piano - ik werk graag bij de muziek van Bach in de uitvoering van Glenn Gould, die neuriet terwijl hij speelt. Een, met streepjes in de knop, heet Liberté, omdat de streepjes aan een gevangenispak doen denken. In weer een andere stok zit een mp3-speler met een stuk van Händel, en een gedicht van Tagore, Oneindige Liefde. Op de knop zitten twee lijnen met twee stipjes, wat in de muziek wil zeggen dat ze zich herhalen. En voor een tentoonstelling van de Hoge Raad voor Diamant heb ik een wandelstok gemaakt met fonkelende diamanten. Ik ontwierp er een halssieraad bij waar je de wandelstok aan kon hangen. Voor mij liggen juwelen en wandelstokken niet zo heel ver uit elkaar.
Als klanten hier komen, kiezen ze de houtsoort, de knop, de vorm. Zo'n stok moet iets heel persoonlijks worden. Ik maak de stokken liefst van het begin tot het einde zelf, maar sinds het laatste jaar, nu ik niet meer goed op mijn benen kan staan, zijn sommige dingen te gevaarlijk geworden. Ik kan niet meer met een cirkelzaag werken. Maar ik hamer, ik smeed, ik wals alles tot de juiste dikte. Vroeger maakte ik één stok volledig af, nu werk ik aan verschillende exemplaren. Als ik goed op mijn benen sta, ga ik walsen, anders doe ik iets anders...
Mijn handen werken, maar anders dan vroeger. Het is het eindresultaat dat telt, hoe het tot stand komt, maakt niet uit. Dat ik wat trager ben, doet er niet toe. Maar het wordt moeilijker, en dat ongeval van indertijd, waarna de beentjes in mijn handen verkeerd aan elkaar gegroeid zijn, doet er geen goed aan. Met een handicap kun je leren leven, maar nu is er MS, en mijn vingers zijn niet sterk genoeg meer. Het is zo jammer dat wandelstokken geassocieerd worden met ziekte en oude mensen. Ik heb ooit iemand horen zeggen: ‘Wat zullen de mensen wel denken als ik met een wandelstok loop?' Toen heb ik gezegd: ‘Ja, maar nu zien ze toch ook dat je ziek bent?' Zulke mensen kopen nog geen wandelstokken. Die zijn er nog niet uit. Maar 50% van de mensen koopt zo'n stok als accessoire. Dat zijn dan voornamelijk mannen, goed geklede types, mannen die hoeden dragen.
Het is geen gemakkelijk product om te verkopen, zeker in België niet. Ik stond laatst op een beurs in Nederland en er kwamen mensen voorbij die riepen: ‘Ja, daar zijn wij nog lang niet aan toe!' Toen kwam er een groepje jonge Italianen binnen, en die zeiden meteen: ‘Fantastisch, je moet naar Milaan!' Dan moet ik wel even slikken en dan denk ik: ‘Ja, ik moet naar Milaan, maar ik ben ziek en ik heb beperkte energie'. Ik ben ook niet goed met pr, en als kunstenaar ben je niet kapitaalkrachtig genoeg om iemand anders in te schakelen. Dat is wel een droom van me: een mecenas tegenkomen die me helpt. Want ik zou zo graag willen dat iedereen een mooie wandelstok kan hebben. Ik maak wel een prêt-à-portercollectie, die betaalbaarder is dan mijn unieke stukken, maar de stokken blijven duur, omdat de markt zo klein is.
Ik ben nooit kwaad geweest, en heb mijn ziekte ook nooit ontkend. Je trekt je lotje uit de loterij. Ik zoek ook niet naar genezing. Je hebt mensen die zeggen: je moet het bij díé arts proberen, of in dat land. Maar als ik reis, ga ik om schoonheid te ontmoeten. Ik leef ook niet met hoop.
Triest ben ik wel geweest. Maar ik ben ook rationeel. Zo heb ik alles geregeld voor later. Ik heb mijn leven zelf in handen, en ik zal beslissen tot hoe lang ik het leuk vind. Toen ik pas ziek was, dacht ik: als ik helemaal bedlegerig ben, kan ik misschien niets meer ondernemen om uit het leven te stappen. Toen kwam de euthanasiewet er, en daar was ik heel blij mee. Ik hoef niet langer tegen die berg op te zien: wat als ik niet meer kan bewegen, wat als ik niet meer kan praten? Nee, ik mag gewoon leven zolang ik het leuk vind, en dan zal ik er een punt achter zetten. Dat geeft me heel veel moed. Er is geen verplichting meer.
Natuurlijk kies je niet zomaar voor de dood. Ik ga eens per week revalideren en ik zie daar mensen die nog heel weinig kunnen, en die toch blijven. Dus ik besef wel hoe sterk de overlevingsdrang van de mens is. Je moet er wel klaar voor zijn, voor de dood. Maar mij geeft het heel veel moed. Ik hoef me geen zorgen te maken dat mijn leven onhoudbaar zou worden. Ik ben niet depressief, ik ben gelukkig, mijn leven is nog vol plezier, dus voor mij was dit het goede moment om de papieren te tekenen.
Het revalideren in het MS-centrum heeft me sterker gemaakt. Want voor je daarmee mag beginnen, moet je eerst opgenomen worden. Ik ben er vier weken geweest en ik heb daar gezien welke vormen MS allemaal kan aannemen. Er werd tegen me gezegd: ‘Spiegel je niet aan anderen, want elke MS-patiënt is anders'. En dat blijf ik mezelf voorhouden. Ik weet wat er mij kán overkomen, maar het móét niet zo gaan. Ik ben gestopt met vragen stellen over MS. Want het antwoord is altijd: ‘Dat kan, het kan ook van niet. We weten het niet'.
Vanbinnen ben ik niet zo veranderd. Mijn leven is zwaarder, ik hield van dansen en springen, ik reisde veel. Nu moet ik rekening houden met de ziekte. De vorige jaren heb ik net zoveel willen creëren als een gezond iemand, en heb ik mijn vrienden verwaarloosd. Ik probeer nu een beter evenwicht te vinden tussen vrienden en werk.
Als ik al veranderd ben, is het in positieve zin. Ik ben geschrokken van mezelf dat ik zo weinig schaamte heb. Ik was een heel fier meisje, alles moest perfect zijn bij mij, en nu vind ik het niet erg meer om gebruik te maken van hulpmiddelen. De wandelstok was ik gewend geraakt in India, dus toen ik hier kwam, was dat geen probleem. Die elektrische scooter was een volgende stap. Ik dacht op een bepaald moment: ‘Ofwel kunnen ze me naar de psychiatrie doen, ofwel ga ik zorgen dat ik alleen naar buiten kan'. Toen heb ik die scooter gekocht, en nog diezelfde dag ben ik naar het Zuiderterras gereden, en heb naar de Schelde zitten kijken, naar de verte. Ik heb behoefte aan vergezichten.
Wat ik jammer vind, is dat de scooter zo lelijk is. Wie weet, ontwerp ik ooit een mooie... Mijn ontwerpen evolueren mee met mijn ziekte. In het begin, toen ik alleen evenwichtsproblemen had, maakte ik wandelstokken met bolle knoppen, en nu maak ik er waar ik meer steun aan heb. Toen ik veertig werd, heb ik een midlifecrisis wandelstok voor mezelf gemaakt. Het is een stok geworden met veertig ebbenhouten puntjes, die in het metaal gewerkt zijn, en met een gebogen knop. Ongelooflijk precisiewerk was dat. Ik weet dat ik met die stok niet goed zal kunnen stappen, maar ik wilde hem echt hebben. En als ik iets ga drinken, met een vriend, dan krijg ik een arm, en die stok, en dat gaat.
Een midlifecrisis, dat mag, als je veertig wordt. Ik maakte de balans op, en dacht: ‘Ik ben veertig, ik heb geen man, geen kind, geen eigendom, geen auto, en ik heb een ongeneeslijke ziekte'. Mijn carrière heb ik niet kunnen uitbouwen zoals ik het graag had gewild. Maar ik heb wél een feest gegeven: ik ben met mijn genodigden een stadswandeling gaan maken, met een gids, en ze kregen allemaal een bonnetje, voor Frituur Nr. 1. Daarna zijn we bij mij thuis verder gaan vieren, met taart en met liters cava. Over die midlifecrisis had ik tegen mezelf gezegd: die mag duren tot het laatste zwarte puntje in mijn wandelstok gezet is. En inderdaad, die is aan het wegebben.
Ik heb enorm veel steun aan mijn moeder. Ze komt elke week een paar dagen hierheen om te helpen, en ze rijdt het hele land met me door, om materiaal te kopen. Een gouden vrouw. Voor haar heb ik onlangs oorbelletjes gemaakt, en een ring. Toen ze zeventig werd, had ik haar een diamant gegeven met de belofte om er een ring mee te maken. Op die ring heeft ze 5 jaar moeten wachten en voor elk jaar dat ik te laat was, heb ik er een diamant bijgezet. Nu ben ik aan een hanger voor haar bezig, waarin alles beweegt en scharniert.
Mijn sieraden gaan altijd over bewegen. Een ring waarvan het middelste deel kan draaien, bijvoorbeeld. Twee diamantjes, die naar elkaar toe geschoven kunnen worden. Gemaakt voor iemand die zei: ‘Mijn relatie moet zo zijn dat we elkaar kunnen raken, maar dat we ook ruimte hebben'.
Dat ik met beweging bezig ben, is natuurlijk niet toevallig. Maar ik werk niet vanuit verbittering, meer vanuit verwondering. Als ik de opdracht geef ‘Hef je been op', gebeurt er niets. Dat verwondert me. Ik begin daar mee te spelen. Ik heb een ring met één steentje dat beweegt, en één steentje dat er alleen maar uitziet alsof het zou kunnen bewegen. Ik misleid, zoals mijn lichaam misleidt, en vergissingen maakt.
Ik hou ook van geheimpjes. Zo heb ik voor een beurs een wandelstok gemaakt met een ring erin. Als de eigenaar van de stok zijn grote liefde tegenkomt, kan hij de ring eruit halen en in de plaats een zwart schijfje ebbenhout steken, met twee rode lijnen. De ring heeft een verborgen diamant, die alleen naar buiten komt als je hem aandoet. Alleen de draagster kan dus het schitterende naar buiten brengen. Ik maak voor al mijn vrienden een ring voor als ze veertig zijn. Voor één vriendin is dat nog drie jaar weg, maar ik heb de ring nu al gemaakt. Je weet immers niet hoe het zal lopen.
Laatst ging ik naar een concert in de Miniemenkerk, en daar zijn trapjes. Een aantal mensen hebben me naar binnen getild, en later een plank gelegd voor de scooter. Maar het is altijd zo'n gedoe, iedereen ziet je, en je hebt niet altijd zin om op te vallen. Soms wil je gewoon een grijze muis zijn. Dat stoort me. Dat ik nooit meer een grijze muis kan zijn. Weet je voor wie ik ooit een wandelstok zou willen maken? Voor de koning. Die gebruikt er soms een, een lelijke. Hij zou moeten weten dat er iemand is in België die mooie, elegante wandelstokken maakt...
Ira Van de Vondel
Doverstraat 7
2660 Hoboken
+32(0)3 227 43 25
mobile:+32 (0)495 11 74 14
ira@iravandevondel.com