
Speciale onderwijsleermiddelen zijn hulpmiddelen die gehandicapte leerlingen in een gewone kleuter-, lagere of secundaire school, en studenten of cursisten met een functiebeperking in het hoger onderwijs of in het volwassenenonderwijs, nodig hebben om de lessen te kunnen volgen. Ze worden toegekend door de Cel Speciale Onderwijsleermiddelen (de cel SOL) van het ministerie van Onderwijs en Vorming.
De speciale onderwijsleermiddelen die door Onderwijs gefinancierd kunnen worden, zijn:
niet-draagbare technische apparatuur (behalve in het volwassenenonderwijs). Dit zijn zaken die niet zo gemakkelijk te transporteren zijn en effectief in de klas worden opgesteld, zoals
- brailleleesregels, leesloepes (voor een visuele handicap)
- aangepaste tafels en stoelen (voor een fysieke handicap)
omzettingen of aanpassingen van leerboeken of studiemateriaal (voor een visuele handicap)
- naar braille
- naar grootletterdruk
- vergrotende kopieën van het lesmateriaal
doventolken (voor een auditieve handicap)
- een aantal uren ondersteuning van een gebarentaaltolk
- een aantal uren ondersteuning van een schrijftolk
kopieën van notities van medestudenten (voor een auditieve of andere handicap)
Het moet gaan om gewoon onderwijs, niet om buitengewoon onderwijs.
Het moet gaan om een functiebeperking, niet om een leerstoornis.
De aanvraag voor speciale onderwijsmiddelen gebeurt in het basis- en secundair onderwijs via de directie van de school voor gewoon onderwijs, in het hoger onderwijs via de hogeschool of universiteit, en in het volwassenenonderwijs via het centrum voor volwassenenonderwijs of het centrum voor basiseducatie.
Draagbare toestellen of didactische hulpmiddelen zoals bv. speciale scharen voor lichamelijk gehandicapte kinderen of een bal met bel voor blinde of slechtziende kleuters komen niet in aanmerking.
De regelgeving rond speciale onderwijsleermiddelen vindt u in weTwijs.
WeTwijs: speciale onderwijsleermiddelen
Werken als doventolk - gebarentaaltolk of schrijftolk - in het onderwijs