Blijf Actief - Minder mobiel, toch actief

 
 
 

ADHD , wat is het?

ADHD

ADHD is een afkorting die staat voor Attention Deficit/Hyperactivity Disorder, hetgeen in het Nederlands vertaald is als Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Vroeger werd dit Minimal Brain Dysfunction of Damage (MBD) genoemd omdat men dacht dat een kleine hersenbeschadiging de oorzaak was. Men sprak toen ook over hyperkinetische kinderen, maar deze terminologie is intussen verlaten. ADHD wordt in het Nederlands ook wel eens vertaald als “Alle Dagen Heel Druk”. ADHD zou naar schatting voorkomen bij 1 op 20 kinderen.

Wat zijn de kenmerken?

1) Aandachtsproblemen

Snel afgeleid, moeite met luisteren, chaotisch, vergeetachtig, zonder hyperactiviteit en impulsiviteit.
Dit type wordt ook wel ADD genoemd. ADD wordt niet vlug herkend bij kinderen.

2) Hyperactiviteit

Moeite met stilzitten, altijd druk, onrustig, veel praten. Dit komt het meeste voor bij kinderen beneden de 7 jaar. Impulsiviteit in combinatie met de twee vorige symptomen, dingen eruit flappen, in de rede vallen, opdringerig, anderen storen. Met de uitdrukking adhd wordt meestal dit type bedoeld, het is het meest voorkomende type.

DSM-IV CRITERIA ADHD

Minstens zes symptomen per domein dienen aanwezig te zijn om de diagnose Adhd te kunnen stellen:

Aandachtsstoornissen:

  • geen aandacht geven aan details, slordigheid
  • moeite met het vasthouden van de aandacht
  • luistert niet (bv. bij het aanspreken)
  • slaagt er niet in taken af te werken of aanwijzingen op te volgen.
  • moeite met afmaken of organiseren van activiteiten of taken
  • vermijdt langdurige geestelijke concentratie of inspanning (bvb. huiswerk)
  • raakt vaak dingen kwijt
  • wordt gemakkelijk afgeleid door prikkels van buiten af
  • vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden

Hyperactiviteit:

  • friemelt met de handen, beweegt onrustig met handen of voeten
  • staat zo maar op, in de klas of andere situaties, waar dit niet verwacht wordt
  • rent vaak rond of klautert overal op
  • heeft moeite rustig mee te spelen
  • is vaak “in de weer”
  • praat meestal aan een stuk door
  • flapt antwoorden eruit
  • kan zijn beurt niet afwachten
  • verstoort bezigheden van anderen, onderbreekt hen vaak of dringt zich op

Behandeling

Er zijn twee werkzame behandelmodaliteiten: medicatie en behandeling op gedragstherapeutische basis. Medicatie betekent vooral toediening van methylfenidaat, met de merknaam Rilatine en d-amfetamine (Dexedrine). Het gaat hier om amfetamine-achtige stoffen die tot verslaving kunnen leiden (rilatine – ritalin). Bij normale dosering en gebruik is zo’n werking echter nagenoeg uitgesloten. Het risico op verslaving aan alcohol en middelen bij met stimulantia behandelde kinderen met ADHD lijkt af- in plaats van toe te nemen in vergelijking met onbehandelde ADHD kinderen.

Mogelijke bijwerkingen:

  • inslaapproblemen (10-20%)
  • verminderde eetlust (10-40%)
  • misselijkheid (20%)
  • hoofdpijn (15%)

Deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op en reageren meestal op aanpassing van het doseringsschema.

Andere mogelijke bijwerkingen:

  • verergeren van tics (zoals knipperen met de ogen, de keel schrapen, enz.)
  • toename emotionele labiliteit, prikkelbaarheid of somberheid bij langerdurende behandeling vraagt meestal om dosisverlaging.
  • verminderde spontaniteit en ‘robot-achtig’ gedrag

Ook deze bijwerkingen kunnen worden vermeden door de dosis aan te passen.

Bron:autismejournaal
 
Dit artikel gaat over:
 
 
 ;