
Urine-incontinentie kan de meest uiteenlopende oorzaken hebben en komt op alle leeftijden voor. De aandoening komt echter vooral bij oude(re) mensen voor. Van alle jonge mannen en vrouwen heeft slechts 1% last van urine-incontinentie, terwijl van de vrouwen tussen de 20 en 50 jaar al 5% last heeft. Mannen hebben op deze leeftijd nog maar zelden klachten. In de leeftijdscategorie boven de 60 jaar heeft ca. 15% van de vrouwen en 8% van de mannen last van incontinentie, boven de 80 jaar is ongeveer 30% van alle mannen en vrouwen incontinent.
Urine-incontinentie bij oudere mensen wordt vaak gezien als een probleem waar niets meer aan te doen is. De oorzaken zijn echter in wezen dezelfde als bij jongere mensen, hoewel bepaalde leeftijdsgebonden omstandigheden dediagnose en behandeling bemoeilijken.
Een belangrijke factor bij het optreden van incontinentie bij oude(re) mensen is de veel voorkomende multimorbiditeit, dat wil zeggen het gelijktijdig voorkomen van verschillende ziekten en aandoeningen. Dit leidt er toe dat urine-incontinentie maar zelden één oorzaak heeft. Meestal is het een combinatie van een verminderd functioneren door leeftijdsinvloeden - bijvoorbeeld verminderde mobiliteit, geestelijke en lichamelijke achteruitgang - en verschillende andere aandoeningen zoals diabetes mellitus, arteriosclerose, hoge bloeddruk enz. Daarbij kunnen de vele medicijnen die bij multimorbiditeit doorgaans worden ingenomen, incontinentie doen ontstaan of verergeren.
Ook de psychische gesteldheid kan bij urine-incontinentie een grote rol spelen, juist op hogere leeftijd. Eenzaamheid, verlies van de partner en psychische problemen kunnen incontinentie veroorzaken of bestaande lichtere symptomen verergeren.
Er zijn verschillende soorten incontinentie:

Bij stressincontinentie is de kracht van de sluitspier rond de blaasuitgang verminderd. Daardoor kan elke plotselinge lichamelijke belasting (= stress), zoals niezen, hoesten, lachen of een abrupte beweging, tot ongewild urineverlies leiden. De lichamelijke belasting leidt namelijk tot verhoging van de druk in het kleine bekken en daardoor ook in de blaas. De druk in de blaas wordt dan groter dan de druk die de verzwakte sluitspier aankan, en de urine stroomt ongecontroleerd weg. Bij deze vorm van incontinentie worden drie graden onderscheiden, I, II en III. In het laatste geval treedt het urineverlies reeds in liggende toestand op.
De oorzaak voor de verzwakking van de sluitspier is meestal een verslapping van de bekkenbodemspieren, vaak als gevolg van drukbeschadigingen tijdens de bevalling, een verminderde doorbloeding door een tekort aan hormonen in de overgang of de algemene vermindering van de spierkracht op hogere leeftijd. Stressincontinentie treft daarom vrijwel uitsluitend vrouwen. Als het bij mannen voorkomt, is dat meestal het gevolg van beschadiging van de sluitspier tijdens een prostaatoperatie.

Het kenmerk van drangincontinentie, ook wel urge-incontinentie genoemd, is een plotselinge, niet te onderdrukken aandrang om te urineren, waarbij de betrokkene nauwelijks tijd heeft om het toilet te bereiken zodat ongewild urineverlies plaatsvindt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de motorische en de sensorische vorm.
Bij motorische drangincontinentie is de spier in de blaaswand die zorgt voor het leegknijpen van de blaas, de zogeheten detrusor, overmatig prikkelbaar. De detrusor trekt zich overmatig vaak samen en veroorzaakt daardoor een aandrang om te plassen, ook als de blaas slechts weinig urine bevat. De oorzaak voor deze frequente samentrekkingen kan bijvoorbeeld liggen in een versterkte prikkeling als gevolg van psychische spanningen (ook mensen zonder blaasaandoeningen ervaren in stress-situaties soms een sterke aandrang om te plassen, ook al is de blaas vrijwel leeg), of een onvoldoende remming van de prikkeling ten gevolge van degeneratieve aandoeningen van het centrale zenuwstelsel.
Bij lichtere gevallen van drangincontinentie is er aanvankelijk alleen sprake van een prikkelblaas, waarbij wel een hinderlijke aandrang bestaat om vaak te urineren, maar de urine nog kan worden opgehouden. Bij ernstiger vormen kan de aandrang niet meer worden onderdrukt en is incontinentie het gevolg. Daarbij kan de blaas geheel of gedeeltelijk als een stortvloed leeglopen.
Voor het ontstaan van sensorische drangincontinentie zijn vaak blaasinfecties, blaasstenen of tumoren verantwoordelijk. De onbeheersbare aandrang ontstaat hierbij niet door een overmatige activiteit van de blaasspieren maar, eenvoudig gezegd, door prikkeling van het blaasslijmvlies als gevolg van het ziekteproces. Als reactie hierop wordt de blaasuitgang wijder, waardoor de sluitspier zich ontspant en de urine ongecontroleerd wegloopt.
(1) Motorische drangincontinentie met overmatige samentrekking van de blaaswand en sterke aandrang tot urineren heeft vaak een psychosomatische oorzaak.
(2) Sensorische drangincontinentie wordt vaak veroorzaakt door blaasinfecties, blaasstenen of tumoren. Een nauwkeurige diagnose is daarom van groot belang voor de behandeling.
Deze vorm van incontinentie is meestal het gevolg van vernauwing van de urinebuis, bijvoorbeeld door vergroting van de prostaat. Daarom komt deze vorm vooral bij oudere mannen voor. Door de vernauwing van de urinebuis ontstaat stuwing van de urine in de blaas, waardoor de blaaswandspieren geleidelijk uitrekken. Uiteindelijk wordt de druk van de grote hoeveelheid urine in de blaas zo groot, dat de urine toch door de vernauwing in de urinebuis wordt geperst en voortdurend druppelsgewijs naar buiten loopt. Obstructieve overloopincontinentie: de sterk vergrote prostaat heeft de urinebuis dichtgedrukt, waardoor de blaas is uitgerekt en er steeds urine in de blaas achterblijft.